Het kleine voetje
22 december, 2014 door
Jasmine
| Nog geen reacties
Odoo + afbeelding en tekst
Graag wil ik u een klein kerstcadeautje aanbieden. Het is niet verpakt in feestelijk papier, noch versierd met fel gekleurd lint. Maar ik weet zeker dat u het graag in ontvangst zal nemen. Het is een waar gebeurd kerstverhaal. En het zal uw ziel verwarmen tijdens deze gezegende periode van het jaar. Een gynaecoloog voert ons terug naar een lang vervlogen tijd, toen keizersnedes nog niet zo frequent werden toegepast, en naar de dag dat hij een klein meisje ter wereld bracht. Hij noemde zijn verhaal: “Het kleine voetje”. U zal snel begrijpen waarom…

In naam van alle medewerkers van Pro Vita - Gezin & Leven wens ik u een zalig Kerstfeest!

Lutgarde Van der Heyden, voorzitster Pro Vita - Gezin&Leven.  

Die dag ontving ik in mijn praktijk een kwetsbare jonge vrouw, in verwachting van haar eerste kindje. Hoewel zij van een goede familie afkomstig was, scheen het me toe dat ze emotioneel gehavend was. Ze moest zich inspannen om haar gevoelens en nerveuze reacties onder controle te houden. Een maand voor de bevalling, bracht een routineonderzoek aan het licht dat de baby in stuitligging lag. In die tijd lag het sterftecijfer voor baby’s in stuitligging relatief hoog omdat er minder voor een keizersnede werd geopteerd. Bij de bevalling komt het hoofdje laatst uit het geboortekanaal en indien dit niet vlot gaat, wordt de navelstreng soms te lang samengedrukt tussen het harde hoofdje van de baby en het benige bekken van de moeder. Zuurstoftekort kan in luttele minuten de dood van de baby veroorzaken. De dag van de bevalling brak aan en iedereen in de verloskamer was begrijpelijkerwijze gespannen. Eindelijk was het dan zover, en zachtjes trok ik één voetje naar beneden. Ik greep naar het andere voetje, maar om de een of andere reden die ik niet kon bevatten, kwam het niet naar beneden naast het eerste. Ik trok weer, voorzichtig, maar met een beetje meer kracht. Het lichaam van de baby schoof wat naar beneden, genoeg voor mij om te zien dat het een meisje was - en dan, tot mijn consternatie, zag ik ook dat het andere voetje nooit naast het eerste zou komen. De hele dij van de heup tot de knie ontbrak. Het kleine voetje hing hulpeloos ter hoogte van de knie van het goede been. Dit kleine meisje zou dit moeten lijden, een merkwaardig gebrek dat ik nog nooit eerder had gezien, en sindsdien ook nooit meer heb gezien!

Toen volgde de zwaarste strijd die ik ooit met mezelf gevoerd heb. Ik wist wat een vreselijk effect deze geboorte op het instabiele zenuwstelsel van de moeder zou hebben. Ik was er vrijwel zeker van dat de familie zichzelf zou verarmen door elke bekende orthopedist ter wereld op te zoeken die hen een sprankeltje hoop kon bieden. Bovenal zag ik dit kleine meisje al alleen zitten, terwijl andere meisjes lachten en dansten, renden en speelden - en toen realiseerde ik me ineens dat er iets in mijn macht lag om dit onheil te verijdelen. Als ik me nu eens niet haastte? Als ik mijn hand zou vertragen, die paar korte momenten. Niemand in de wereld zou het ooit weten. “Doe hen dit lijden niet aan” spoorde een verleidelijke ‘stem’ mij aan. “Dit arme kind heeft nooit een ademteug genomen, laat niet gebeuren dat het er ooit een neemt.” Mijn beslissing was genomen. Zenuwachtig keek ik op de klok. Nog twee of drie minuten zouden moeten volstaan, dacht ik. Om de indruk te wekken dat ik iets aan het doen was, trok ik de baby wat verder naar beneden om de armen te kunnen evacueren, de volgende stap. Op dat moment duwde de baby haar goede voet tegen mijn hand, de hand die geacht werd het leven van de moeder en de baby te vrijwaren. En plots was er die krampachtige beweging van het lichaam, merkwaardig krachtig en vol leven. Het werd me te veel. Ik kon het niet doen. Ik bracht de baby met haar zielige voetje ter wereld en vertelde het pijnlijke nieuws aan de familie.


Elk voorgevoel kwam uit. De moeder werd meerdere maanden in het ziekenhuis opgenomen. Ik zag haar een of twee keer en ze zag eruit als een schim van haar vroegere zelf. Ik hoorde af en toe nieuws van het gezin tot ik tenslotte elk spoor van hen bijster was. In mij bleef een bitter gevoel sluimeren en ik raakte maar niet in het reine met mezelf Vele jaren later kreeg het verhaal alsnog een vervolg en wel tijdens het jaarlijkse kerstfeest voor de werknemers, de verpleegkundigen en de artsen van het ziekenhuis. Twintig van onze eigen verpleegsters in vol ornaat zongen ‘Stille Nacht’, elk met een hoge, brandende kaars. Ze werden begeleid door drie mooie, jonge muzikanten, allen in glinsterende witte avondjurken. Het trio bespeelde op gevoelige wijze een harp, een cello en een viool. Ik was vooral gefascineerd door de jonge harpiste. Ze had een engelachtig gezichtje geflankeerd door een opvallend dikke dos kastanjebruin haar. Haar slanke vingers beroerden de snaren buitengewoon gracieus. Het klonk hemels mooi en ze leek helemaal in vervoering. Even leek de wereld een volmaakt wonderlijke en heilige plaats en ik ben er vrij zeker van dat ik niet de enige was wiens ogen met tranen gevuld waren.

Na afloop van het programma, liep er door het gangpad een vrouw met uitgestrekte armen naar mij toe. “Oh, je hebt ze gezien?”, riep ze uit. “U moet uw baby hebben herkend. Dat was mijn dochter, die op de harp speelde. Ik zag je naar haar kijken. Herinner je je het kleine meisje niet meer dat 17 jaar geleden met slechts één goed been werd geboren? Ze heeft een kunstbeen - maar dat zou je niet weten als je haar bezig ziet. Ze kan lopen, ze kwam zwemmen en ze kan bijna dansen. Omdat ze al die dingen jaren niet goed heeft kunnen doen, heeft ze haar handen uitstekend leren gebruiken. Iedereen zegt dat ze het gaat maken als professionele harpiste. Ze is alles voor mij en ze is zo gelukkig en… hier is ze!” Het jonge meisje had ons zien praten en was stilletjes naderbij gekomen. Ze stond vlak naast me. Haar ogen glunderden. “Dit is je eerste dokter, lieveling”, zei haar moeder. Haar stem trilde van emotie. “Hij was de eerste om me over je te vertellen. Hij was het die je aan mij heeft gegeven.”

Impulsief, nam ik het kind in mijn armen. Over haar warme schouder kijkend werd ik 17 jaar terug in de tijd gevoerd. Opnieuw zag ik de tergend traag tikkende klok in de verloskamer. Ik ervoer opnieuw die vreselijke momenten toen haar kwetsbare leven in mijn handen lag en ik dit kostbare schepsel ei zo na had vermoord. Ik hield haar van me weg en keek haar ontroerd aan. “Ga een moment terug naar je harp alsjeblieft en speel nog  een keer ‘Stille Nacht’ voor mij, voor mij alleen. Ik heb een last op mijn schouders, die niemand ooit heeft gezien, een last die jij alleen kan wegnemen.”

Haar moeder zat naast me en nam stilletjes mijn hand in de hare toen haar dochter speelde. Misschien wist ze wat er in mijn gedachten omging? En toen de laatste tonen van het lied vervaagde vond ik eindelijk het antwoord waarnaar ik zo lang had gezocht en de vrede waarop ik zo lang had gewacht.    
Jasmine
22 december, 2014
Deel deze post
Archief
Aanmelden om een reactie achter te laten