​Vroedvrouw in Auschwitz: de vrouw die honderden baby’s redde
7 september, 2017 door
Jasmine
| Nog geen reacties
Odoo + afbeelding en tekst

Ze haastte zich richting bevallingen met een weesgegroetje op haar lippen en met slechts één slipper aan haar voeten. Dit is het verhaal van Stanislawa Leszczynska. Op 11 maart is ze reeds 43 jaar overleden.

“ Als je wakker wordt, gebeurt het wel eens dat je slechts één pantoffel naast je bed vindt. Wanneer mijn moeder uit bed geroepen werd liep ze dikwijls met maar één pantoffel naar het noodgeval,” herinnert Stanislawa’s zoon, Bronislaw, zich. “En dat is hoe ze tot Onze Lieve Vrouw bad: ik draag maar één pantoffel maar help mij alstublieft!”

Stanuskawa Leszczynska werd geboren in 1896 in het Poolse stadje Lodz. Toen ze 12 jaar oud was besloten haar ouders naar Rio de Janeiro te verhuizen. Daar leerde ze Duits en Portugees, wat vele jaren later haar leven zou redden. In 1916 huwde ze met Bronislaw Leszczynska, een drukker die eveneens afkomstig was van Lodz. Vier jaar later verhuisde het koppel naar Warschau, waar Stanislawa een opleiding vroedkunde begon. Ze kregen samen vier kinderen: Sylvia, Bronislaw, Stanislaw en Henryk. Na het uitbreken van WOII geraakten ze verwikkeld in het helpen van Joden, wat spoedig leidde tot de arrestatie van hun hele gezin door de Gestapo. Twee van haar zonen werden naar Mauthausen-Gusen gevoerd terwijl Stanislawa en haar dochter naar Auschwitz-Birkenau moesten. Haar echtgenoot kwam om tijdens de oproer in Warschau.

Stanislawa had veel geluk want ze slaagde erin in een tube tandpasta Duitse papieren die haar beroep bevestigden mee te smokkelen. Ze besloot het erop te wagen om ondanks de risico’s Dr. Mengele te bezoeken, een man met een afschuwelijke reputatie (hoewel ze haar hele leven geen enkel slechts woord over hem liet vallen!), en ze bood hem haar hulp aan voor de vrouwen in het kamp die moesten bevallen.   

In een rapport schreef ze: “Tot mei 1943, werden de pasgeborenen van het kamp gruwelijk vermoord door verdrinking (…). Na elke geboorte (…) hoorden de moeders luid gegorgel en soms gespetter van water. Kort daarna zag de moeder het lichaam van haar kind voor de ratten gegooid worden voor het gebouw.” 

Stanislawa ontving het commando om pasgeborenen als dood te behandelen. Ze was een kleine vrouw maar durfde tegen de dokter in te gaan. Ze antwoordde, “Neen! Kinderen mogen niet vermoord worden!” En ze hielp bij de bevallingen van ongeveer 3000 kinderen, niet één doodgeboren. Geen enkele van de moeders stierf. Zelfs de beste klinieken in de wereld toendertijd konden zo’n statistieken voorleggen.
Kinderen van de schoorsteen
De vroedvrouw hielp met bevallingen in de schoorsteentunnel die doorheen de barakken liep. In plaats van propere doeken, was alles wat ze had een vuil deken vol luizen. Moeders droogden de luiers op hun buik of heupen – ze in de barakken hangen was strafbaar met de dood.
“Infecties, vuil en een heleboel vergif waren alomtegenwoordig. Alles zat vol ratten die neuzen, oren, vingers of hielen van de zieke vrouwen aanvraten, die te zwak waren om te bewegen(…). De ratten die zich zo voedden werden enorm, als grote katten. (…) Ze kleefden als het ware aan de ernstig zieke vrouwen die niet gewassen werden en voor wie we geen propere kleding hadden. Ik moest zelf proper water gaan halen voor de bevallingen, wat 20 minuten in beslag nam voor een enkele emmer” herinnert Leszczynska zich.
In het concentratiekamp werden alle kinderen – tegen alle verwachtingen in – levend geboren, prachtig en mollig. Moeder natuur verzette zich tegen al die haat door met oneindige reserves van vitaliteit koppig voor haar rechten te vechten.
“Slechts een gedachte drijft boven de nachtmerrie van herinneringen. Namelijk dat alle kinderen levend geboren werden. Hun doel was te leven. Slechts dertig overleefden het kamp. Honderden werden naar Nakla (stad, red.) gebracht om gedenationaliseerd te worden. Twee Duitse verpleegsters, Klara en Pfani verdronken meer dan 1500 kinderen, en meer dan 1000 stierven door de koude en de honger.”
Maria in een gestreept uniform
De gevangenen noemden Stanislawa “mama’tje” en “de engel van goedheid” die zoals Auschwitz moeder Elzbieta Solomon jaren later in een gedicht schreef; “een bericht voor de toekomstige eeuwen dat ze temidden van dood, miserie en vuiligheid Jezus bracht – ze was een Maria in een gestreept uniform.”
Bronislaw Leszczynski herinnert zich hoe een keer op Kerstavond de vroedvrouw een pakketje brood van haar ouders ontving. Ze sneed het, legde het op een stuk karton en bood het de gevangenen aan als een Kerstcake. Plotseling kwam de “engel des doods”, Dr. Mengele, binnen. “Mijn moeder ontmoette zijn blik, waarna hij z’n ogen neersloeg. Hij zei haar dat het voor hem een ogenblik leek dat hij menselijk was. Hij zei dat tegen mijn moeder, een Poolse gevangene, stel je voor! Mensen wisten dat ze een voordeel had ten opzichte van hen.”
Onmiddellijk na een geboorte doopte ze het kind met water. Als ze niet wist hoe iets op te lossen, zong ze. Eender waar ze was, was er muziek. Haar zoon zei: “Thuis (…) was er altijd muziek, zingen, grapjes maken, zoentjes, elkaar in de ogen kijken, bloemen. Een beetje hemel.” Toen ze stierf legden haar geliefden de snaar van een citer bij haar in de kist.
“Ik hield van mijn werk en apprecieerde het omdat ik van kleine kinderen hield. Misschien is dat waarom ik zo veel patiënten had, dat ik daarom soms drie dagen moest werken zonder te slapen.”
Stanislawa was erg vroom. Ze bad ’s morgens, ’s avonds, voor het eten en voor haar werk, meestal tot Maria de Moeder Gods. Ze maakte altijd een kruisteken over een moeder en haar pasgeboren baby.
Op een dag was Leszczynska een vrouw uit Vilnius aan het helpen die veroordeeld was omdat ze de partizanen had geholpen. “Onmiddellijk nadat ze was bevallen werd ze opgeroepen. Ik verontschuldigde haar en legde uit waarom ze niet aan het werk was, maar dat hielp niet, het maakte hen alleen bozer. Ik realiseerde me dat ze haar naar het crematorium brachten. Ze wikkelde de baby in vuil papier en drukte hem tegen haar borst. Haar lippen bewogen stilletjes: ze wilde ogenschijnlijk een liedje voor haar kleintje zingen, zoals vele moeders er deden, door een slaapliedje te neuriën probeerden ze de koude, de honger en de pijn te verzachten. De vrouw had de kracht niet om het te laten klinken, er vielen slechts tranen op haar baby’s hoofd.” Deze gebeurtenis deed Stanislawa’s hoop wel verzwakken, maar ze verloor nooit het doel van haar werk uit het oog.
“Ze bezat een enorme morele kracht. Ze was tegelijk zacht en sterk. Ik heb haar nooit hulpeloos geweten. Ze kon een persoon tot een persoon doordringen door eenvoudigweg woorden. Na haar dood vertelde een vrouw me dat mijn moeder haar had geholpen twee nachten en twee dagenlang te bevallen. De vrouw herinnerde zich hoe mijn moeder haar haar vlechtte om haar te helpen met haar pijn.”
Stanislawa Leszczynska overleed op 11 maart 1974 van orgaankanker. Het proces van haar zaligverklaring begon in 1992.   
 
 
  
Jasmine
7 september, 2017
Deel deze post
Archief
Aanmelden om een reactie achter te laten