Wanneer een recht onrecht wordt
27 juli, 2020 door
Br. René Stockman
| Nog geen reacties

Op 2 juli verhinderde de voorzitter van CD&V Joachim Coens dat een wetsvoorstel inzake abortus – dat een aanzienlijke verruiming inhoudt van de voorwaarden en termijnen voor het uitvoeren van een abortus – in het parlement zou worden goedgekeurd. Hij plaatste de hangende regeringsonderhandelingen tijdelijk ‘on hold’. In het politieke landschap in België sprak men van een herhaling van de “mini koningskwestie”, verwijzend naar Koning Boudewijn die op 30 maart 1990 op morele basis weigerde het wetsvoorstel rond de depenalisering van abortus te ondertekenen en zich daardoor in de onmogelijkheid plaatste om als koning te regeren.

‘Moedig’ klonk het op bepaalde banken, ‘laf’ op andere en ‘onverantwoord’ op nog andere banken. Uitstel maar geen afstel? Recht op leven mag geen zaak zijn van meerderheid tegen minderheid, ook niet in een democratie. Over het ethisch minimum kan niet gediscussieerd of onderhandeld worden in een land dat de mensenrechten hoog in het vaandel beweert te dragen.

Nadat abortus reeds eerder werd gedepenaliseerd en ook de term ‘noodsituatie’ in 2018 uit de wet is verdwenen, beoogt dit wetsvoorstel een nog verdere versoepeling van de voorwaarden om abortus op een wettige wijze mogelijk te maken en het uiteindelijk als een recht van de vrouw te beschouwen.

Het wetsvoorstel kadert dus volledig binnen een doorgeslagen libertaire ideologie waarbij de zelfbeschikking, de vrijheid en de autonomie van het individu verabsoluteerd worden en waarbij niets nog in de weg mag staan om deze absolute zelfbeschikking, vrijheid en autonomie te belemmeren. We herkennen deze ideologie ook in het verhaal van de euthanasie om uiteindelijk ook daar te komen tot een recht op euthanasie op eenvoudig verzoek van de betrokkene.

Dat er jaarlijks mondiaal 50 miljoen abortussen worden uitgevoerd kan ons toch niet onverschillig laten. Daarbij zijn er een deel die quasi verplicht worden uitgevoerd, opgelegd door totalitaire regimes. In die situaties worden de rechten van de vrouw fundamenteel geschonden, maar toch horen we weinig of geen reactie tegen deze praktijken. Andere landen zijn dan weer de speelbal van de mondiale actie van ‘Planned Parenthood’ die erin slaagt haar ideologie te koppelen aan het al dan niet ontvangen van financiële steun vanwege nationale en internationale fondsen en ngo’s. Het zijn de verborgen agenda’s die tot in de hoogste echelons hun weg hebben gevonden en de besluitvorming mede bepalen. Daartegen protesteren is taboe. In de Westerse landen wordt het nu steeds meer als een teken van vooruitgang in de promotie van de mensenrechten gezien om abortus als een nieuw verworven recht te laten erkennen. En de meeste politici buigen voor deze vorm van libertair denken, zonder enig besef van de gevolgen hiervan. ‘Vrijheid-blijheid’ lijkt wel hun enige politieke leidraad en moreel kompas.

België was bij de eersten om abortus onder bepaalde voorwaarden te depenaliseren en waande zich ethisch verheven boven andere landen. In Nederland is men nog ‘progressiever’ dan in België en kan abortus tot 22 weken, de termijn die zgn. ‘wetenschappelijk’ werd vastgelegd als het ogenblik waarop een kind levensvatbaar zou zijn buiten de baarmoeder. 

Wat is er nu ‘vooruitstrevend’ aan het recente Belgische wetsvoorstel? Dat men vrouwen – die nu naar Nederland gaan om een abortus te laten uitvoeren omdat ze de grens van de 12 weken hebben overschreden – nu in eigen land zal kunnen ‘behandelen’? Dat men het uitvoeren van een abortus verder kan banaliseren tot een routinehandeling?
Deze evolutie op wetgevend vlak staat in schril contrast met de eerbied voor alle leven, speciaal voor het leven dat bedreigd is en niet voor zichzelf kan opkomen. Worden de rechten van het weerloze kind in de baarmoeder niet geschonden indien een vrouw tot een abortus beslist? Wie heeft het recht en waar haalt men het recht om nieuw leven te beëindigen en een nieuwe persoon het leven te ontnemen? We bevinden ons in onze samenleving op een kantelend hellend vlak waarbij we hoe langer hoe meer over mekaars leven willen beslissen. Werkelijk een bijzonder akelig vooruitzicht voor de echt zwakkeren in onze samenleving. Deze tendens moet dringend een halt worden toegeroepen en evolueren naar een mentaliteit van warme menselijke verbondenheid.
Durven we nog beweren dat onze samenleving een toonbeeld is van menselijkheid en gidsland is voor de rest van de wereld? Uit eigen ervaring met andere culturen in de rest van de wereld weet ik hoe er van daaruit met afschuw wordt gekeken naar de wijze waarop onze samenleving met bejaarden en het ongeboren leven omgaat.
Worden de ogen van onze politici voor gebrek aan menselijkheid in onze eigen samenleving pas echt geopend nadat men in het parlement wordt geconfronteerd met beeldmateriaal van bijvoorbeeld schrijnende toestanden in de woonzorgcentra tijdens de coronacrisis? Gaan onze politici echt pas kritisch nadenken over veranderingen en alternatieven wanneer ze met hun neus en ogen op de feiten worden gedrukt? 

Zou het niet eerder wenselijk en ‘progressief ’ zijn om te zoeken naar wegen om abortus te voorkomen en als samenleving te investeren in specifieke psychologische begeleiding en bijkomende opvoedingsondersteuning bij ongewenste zwangerschappen?
Het huidige wetsvoorstel faciliteert abortus op een ongezien wijze. Getuigenissen vanuit Nederland tonen aan dat zelfs de termijn van 22 weken nog amper gerespecteerd wordt en dat er altijd wel een uitzonderingsmaatregel wordt gevonden om ook na deze termijn abortus uit te voeren en daarvoor niet gestraft te worden. Durft men nog in alle duidelijkheid zeggen dat bij abortus een mens wordt gedood en dat tegelijk minstens één ander persoon psychologisch zwaar belast wordt? Men dient er bijgevolg alles voor over te hebben om abortussen te voorkomen in plaats van deze te faciliteren. 

De verdediging van de mensenrechten en rechten van minderheden gebeurt in onze samenleving hoe langer hoe meer op een onaanvaardbaar willekeurige, selectieve en discriminerende wijze. Op zich reeds volledig in strijd met het wezen van het concept van de mensenrechten zelf.
Ongeboren kinderen zijn een weerloze minderheidsgroep die ook de politici nodig hebben om hun recht op leven plaatsvervangend te verdedigen. Het kan niet langer dat enkel de rechten het meest gegarandeerd worden van die mensen die daarvoor zelf kunnen opkomen en het luidst kunnen roepen.

Men reageert massaal emotioneel wanneer een panda-baby’tje het niet haalt, maar men blijft onbewogen bij het feit dat er vandaag opnieuw zoveel kinderen hun geboorte niet halen omwille van een technische ingreep.

12 weken, 18 weken, 22 weken, geen weken.... Steeds wordt bij een abortus iets traumatisch en tragisch uitgevoerd dat beter op de een of andere wijze had kunnen voorkomen worden. Laten we de tijd die ons nu gegund wordt dank zij deze nieuwe ‘mini-koningskwestie’ aanwenden om daarover wat fundamenteler na te denken en het niet onverschillig van ons af te schuiven. Het is hoog tijd dat zij die beweren verdedigers van de zwakkeren in de samenleving te zijn en zij die de bezorgdheid voor de natuur, de dieren en het milieu terecht tot een prioriteit maken, ook duidelijk hun stem laten horen in de kwestie van het respect voor het menselijk leven. En laten we legitieme wegen zoeken om ook onze stem te laten klinken, ook al is het op het eerste gezicht in een woestijn. Want ook een woestijn kan weer bloeien!

Br. René Stockman

Br. René Stockman
27 juli, 2020
Deel deze post
Archief
Aanmelden om een reactie achter te laten